Robert van Heumen Composer Improvisor Laptop-Instrumentalist Sound-Designer
Software Developer
Back to west28.nl

(music player)
Solitude
Locale versie van de online recensie van solitude op subjectivisten.org (seems to be offline)

Het spookt in de bovenkamer Een virtuele duik in je hersenpan of toch stiekem gluren in andermans morsige gedachtebank? De Nederlandse multimediakunstenaar Arnoud Noordegraaf en componist Robert van Heumen wagen een poging in hun nieuwste multimediaproject Solitude. Hun gezamenlijke, zeer ambitieuze project voor het festival November Music is gebaseerd op Paul Austers boek The Invention of Solitude. Volgens de Amerikaanse veelschrijver is de moderne mens niet meer in staat eenzaam te zijn. Teveel pijn en onverwerkte emoties komen dan weer uit het onderbewuste naar boven borrelen.

De voorstelling steekt gewiekst in elkaar. Iedere bezoeker krijgt een koptelefoon, en neemt in zijn eentje plaats op een stoel. Hij of zij wordt omringd door grote beeldschermen. Bewegen is niet toegestaan, dus iedereen is overgeleverd aan de stroom van geluid en beeld. Publiek zit verspreid door de zaal en contact is bijna niet mogelijk.
Afgesneden van de rest van je medereizigers voel je je daadwerkelijk overgeleverd. Iemand heeft me van tevoren al gewaarschuwd dat het een teringherrie is, maar voor deze keer neem ik dat met een korreltje zout. Iemand voor me propt oorpluggen in en zet de koptelefoon op. De omgekeerde wereld: het gevaar komt deze keer niet van buiten maar van binnenin. De dreiging die over de hele performance hangt is wel continu voelbaar. Van Heumens klankcollage valt echter reuze mee. Heftig dat wel, maar toegediend in subtiele proporties. Zappende klankcollages à la John Zorn (hoor ik daar geen Coil-fragmentje ultrasnel voorbij schieten) worden afgewisseld met hoorspel-achtige passages, ruisklanken en abstracte elektronische drones. Geluid komt er uit je hoofdtelefoon, maar ook in de ruimte zelf zijn klanken hoorbaar en voelbaar. Prachtig is de manier waarop het aldus verkregen ruimtelijke geluid je hoofd hierdoor helemaal inkapselt.

Noordegraaf toont op twee schermen beelden van een oudere, eenzame stadsbewoner. Op de andere schermen zijn flitsen te zien van oude films, beeldruis, schaduwen en landschappen. Beeldsequenties die je de gedachtewereld van de stadsbewoner binnenvoeren. In eerste instantie heeft de opstelling van de beeldschermen wel wat weg van de videolandschappen van kunstenaars Doug Aitken en Bill Viola. Maar daar kun je op je gemak doorheen wandelen, hier ben je verplicht stil te zitten. De wandeling langs beeld en geluid vindt in je hoofd plaats. Dat is natuurlijk ook een vondst van jewelste.
Samenhang of een verhaal is niet aanwezig, de toeschouwer moet zijn eigen gedachtestroom ordenen en die van de hoofdpersoon. Als ie daar al zin in heeft, want de meeste toeschouwers willen emotioneel overdonderd worden. Noordegraaf en Van Heumen vragen hierdoor erg veel inlevingsvermogen van hun vastgeketende publiek, en die ambities worden nog niet overal waargemaakt. Te vaak wordt door beide makers een intellectuele afstand ingebouwd, waardoor je te snel in de rol van gelaten beschouwer wordt geplaatst. De voorgelezen fragmenten gaan grotendeels langs je heen, het zijn juist de onverwachte klanken en geluidscollages waardoor je getriggerd wordt. Soms moet je ook gewoon meegevoerd worden, als in een roes of nachtmerrie moeten klanken en beelden je meesleuren. Zoals het Japanse elektronicagenie Ryoji Ikeda het graag doet in zijn fysieke, recente film-en muziekprojecten. Nu is het nog te vaak dat je het gevoel hebt te kijken en te luisteren naar een driedimensionale film cq. hoorspel, hoe bijzonder van opzet ook. Bovendien is het zicht op de beeldschermen niet vanuit iedere plek ideaal, en de voorstelling zelf is met vijftig minuten ook aan de lange kant.
‘Solitude’ ontleent zijn grootste kracht aan de perfecte en poëtische afstemming tussen ruimtelijk beeld en driedimensionaal geluid. Daar liggen ook verdere mogelijkheden voor Noordegraaf en Van Heumen, want één ding is wel duidelijk: dit smaakt naar meer, veel meer.
(Mark van de Voort)


Instant klassieker? Een vriend van de theezakjesclub vertelde laatst over van die experimentele muziek. Er is altijd een gastenlijst, er is bier uit fles en de makers treden bijna nooit op. Daardoor hebben zij alle tijd om op websites hun recensies te recenseren. Die theezakvriend bracht het wel aanlokkelijk, dus ik dacht: laat ik ook eens gaan.

Voor mij is er geen gastenlijst. Als we de zaal inlopen is er geen bier uit fles, maar een koptelefoon met straatgeluiden. Zo te horen uit India. Het is wel een concert met koptelefoon maar geen Stille Disco. Ik moet op een stoel gaan zitten. Voor me staan schermen opgesteld. Helemaal alleen zit ik. De rest van het publiek zit redelijk ver van me vandaan en achter de doorzichtschermen neem ik vaag nog hun silhouetten waar.

Het omgevingsgeluid gaat over in muziek. Oude geluidsfragmenten komen snel voorbij, alsof iemand constant aan een radioknop draait. In de verte doet dit denken aan de zappende Plexure-collage van plunderphonics-koning John Oswald. Deze fragmentarische gedeeltes van de compositie worden afgewisseld met een heel helder en diep geproduceerde techno-dub en met stukken beatlozere electronica in kleine kraakjes. De traagheid van die futuristische, synthetisch gegenereerde electronica staat in mooi contrast met de langssjezende stukjes geluid uit het verleden.

Er is ook voorgelezen tekst en gebeamd beeld. Op een scherm staat een oude man alleen in zijn kamer. Hij ziet eruit alsof hij nooit bezoek krijgt. Links naast het bureau ligt een leeg pakje Pall Mall naast een volle asbak. In de ruimte liggen veel foto’s en vooral veel oude dingen. Een lederen stoel, een grammofoon en vooral veel flessen, vol en leeg.
Alles in de kamer staat kris-kras door elkaar zoals alleen mannen alleen het kunnen inrichten. Uit puur functionalisme pleuren ze alles zo maar ergens in de ruimte. Ze weten precies wat waar ligt en ruimen nooit op. Daardoor wordt het functionalisme al gauw een bende die zich al vlug tegen de man alleen keert. Hij kan er eigenlijk geen visite in ontvangen en opruimen lijkt ook een onbegonnen zaak. Door de achter elkaar geplaatste schermen zie je voorwerpen soms dubbel, er wordt een mooie diepte gecreëerd met het door schermen uit elkaar getrokken beeld.

Die diepte van de eenzaamheid wordt ook mooi weergegeven in de teksten. Je merkt dat de man alleen is, maar je vraag je af of het zelfverkozen isoloment is of onmacht. Zijn gedachten lijken zo in zichzelf gekeerd dat ze de binnenwereld prima waarnemen, maar de buitenwereld vervormen. Dat is eigenlijk een omgekeerde wereld.

Door een subtiele geluidsopstelling zit zo’n zelfde diepte-effect ook in het geluid. Zaalspeakers zorgen gaanderweg de compositie voor fysiek diepe bastonen. De binnenstem op de ruime hoofdtelefoon houdt die geluiden tegen, maar je voelt ze wel goed trillen langs je lijf.

Solitude is gebaseerd op het boek The Invention of Solitude van Paul Auster. De man alleen in de voorstelling zoekt zijn eenzaamheid op en epibreert over zijn eenzaamheid. Deze zoektocht naar identiteit en naar persoonlijke betekenis in de buitenwereld zijn de belangrijkste kenmerken in het werk van Auster, die de meeste faam geniet voor de scenario’s van de films Smoke en Blue in the face. Maar hij is vooral een begenadigd schrijver van een soort moderne detectives waarin mensen op zoek zijn naar zichzelf. Daarbij hanteert Auster een deconstructieve en droomachige stijl.

Componist Robert van Heumen heeft een mooie oplossing gevonden om die monologue interieur weer te geven. Hij blijft qua klank heel dicht in de buurt van de fysieke en beklemmende ervaring die Austers literatuur oproept bij het lezen, in stilte. De opgenomen stem van zanger/ stemkunstenaarzanger Han Buhrs leest fragmenten van Paul Auster op de koptelefoon voor. Zijn stem gaat rustig van het rechter naar het linkeroor, waardoor een subtiele intimiteit aan de klank wordt toegevoegd. Op het einde lijkt het alsof er een los contact is en hapert de stem, wat de textuur versterkt maar de tekst onvertaanbaarder maakt. Tegelijkertijd worden de beelden abstracter.

Totaalkunstwerken verliezen zich vaak in te veel kunst en te weinig gezamenlijkheid. Veel van dat soort werken stranden dan in een krachtpasterij van de verschillende media.
Het mooie van Solitude is dat de makers heel veel middelen en stijlen ter beschikking hebben, maar zich uitstekend weten te beheersen. Ze gebruiken de technieken (zowel artistiek als qua apparatuur), maar de techniek lijkt eerder een middel dan een doel.
In Solitude gaat het om de grote gedachte achter alles. Dat concept komt helder naar voren en verklaart elke artistieke keuze. Door deze aanpak is Solitude zo intens dat je vooraf de gebruiksaanwijzing niet hoeft te lezen. Het werk is even goed als het boek en ontplooit zich vanzelf. Het komt zelden voor dat de verstilde ervaring, die bij lezen en bij eenzaamheid hoort, zo goed in bewegend beeld en geluid wordt gevat.
(Joost Heijthuijsen)

To top
Fade to black
To top | Fade to black